and add this code

Blogs

'Ongeluk zit in een klein hoekje en geluk dus in de rest van de wereld.' (Loesje)

Schrijven zonder frustratie

Laten we eerlijk zijn: schrijven is voor veel professionals geen hobby. Misschien herkent u het wel. Een belangrijk stuk – dat het liefste gisteren af moest zijn- wil maar niet echt vlotten. U typt zinnen, herschrijft er weer een paar, schrapt of verplaatst ze en het frustratieniveau stijgt. U raakt het overzicht kwijt. En zo verwonderlijk is dat niet, want wat wij voor het gemak ‘schrijven’ noemen, is in wezen een verzameling van diverse complexe taken. Zo moet u inhoud bedenken, analyseren wat hoofd- en wat bijzaken zijn, structuur aanbrengen, formuleren, typen, lay-outen en corrigeren. Het grote probleem is dat de meeste schrijvers deze taken allemaal tegelijk uitvoeren, als een jongleur die zeven ballen in de lucht houdt! Ik weet niet hoe het met uw jongleervaardigheden is gesteld, maar mij lukt dat zeker niet ;-). Het grote geheim achter schrijven zonder frustratie is het schrijfproces in tweeën delen: in een denkfase en een doe-fase. Bijna als die tegeltjeswijsheid: eerst denken, dan doen. De denkfase valt uiteen in twee uiterst belangrijke delen: een analysefase, waarin u een haarscherpe centrale vraag of doelstelling formuleert, en een bouwplanfase waarin u een schema maakt in steekwoorden van de inhoud van uw tekst. Een bouwplan maken is niet alleen een beproefd middel het schrijfproces te verkorten, maar ook om het schrijfproduct te verbeteren. De schrijver heeft immers veel meer zicht op de inhoud en samenhang van de tekst voordat deze de tekst gaat uitschrijven. In de praktijk levert schrijven in fasen ook een bijdrage aan een bezuinigingsdoelstelling: het kost de schrijver immers minder tijd om tekst te produceren. Helemaal als er in (project)teams aan één...

Drogredenen: hoe reageer je erop?

Twaalf hoger opgeleiden zitten in een vergadering. Erik brengt tijdens een discussie een heel redelijk voorstel naar voren. Even blijft het stil en dan reageert een collega met: “Dat riekt naar spruitjes!” De aanwezigen, inclusief Erik zelf, weten niet hoe snel ze zich van deze spruitjeslucht moeten distantiëren. Het hele voorstel komt niet eens meer ter sprake en Erik is kaltgestellt. Dit is nu zo’n typische en helaas vaak effectieve discussietruc: iemand gaat niet in op de zaak zelf, maar associeert het met iets negatiefs. In dit geval wil niemand besmet raken met de oubolligheid die spruitjeslucht oproept. Deze associatie–drogreden wordt al dan niet bewust ingezet en komt voor in alle geledingen van de maatschappij en op alle niveaus. Het is een klassieke vorm van een rookgordijn opwerpen. Een dikwijls succesvolle afleiding van de aandacht. Een veelgebruikte variatie hierop is zo mogelijk nòg vervelender. In dat geval wordt schaamteloos de persoon die iets naar voren brengt in discrediet gebracht. Bijvoorbeeld: “Dat is nou typisch zo’n computer-nerd-voorstel”. Voor *computer-nerd* kun je elke term invullen, zolang die maar door de aanwezigen als ongewenst wordt ervaren. Dit noemen we een persoonlijke aanval of, keurig volgens het klassieke boekje, een drogreden ad hominem (letterlijk: ‘op de man’). Ook hier wordt geen seconde op de inhoud zèlf ingegaan. In de praktijk zijn vervolgens twee zaken van belang. Ten eerste: hoe herken je snel dit soort trucs, zodat je je niet laat verrassen? En ten tweede: hoe kun je het beste reageren om je niet uit het veld te laten slaan? Het eerste is een kwestie van je goed verdiepen in de gebruikelijke trucs. Vele worden zo...

Spelling een kwelling?

“Volgende week start een cursus naakt modellen tekenen”. Zo luidde de aankondiging van een opleidingscentrum. Goed nieuws dus voor nudisten: je kunt tijdens het uitoefenen van je hobby naaktlopen ook nog eens een model portretteren! Al vermoed ik dat het eerder de bedoeling was om te adverteren voor een “Cursus naaktmodellen tekenen”. En in een zekere webwinkel kan ik “halve liter mokken kopen”. Dat lijkt me een stuk onhandiger drinken dan uit halve-litermokken 😉 . Ik wil maar zeggen: met de spelling valt er in ieder geval wat te lachen. Maar voor velen is het ook een regelrechte kwelling. Ik hoor vaak van mensen dat ze het overzicht flink zijn kwijt geraakt met de spellingswijzigingen van de laatste 20 jaar. Dat snap ik heel goed, want lang niet alle wijzigingen zijn erg logisch, of makkelijk te onthouden. En dan heb je naast de officiële spelling uit het zogenaamde ‘groene boekje’ ook nog eens de witte spelling. Veel mensen in het werkveld die ik spreek, zien door de bomen het bos niet meer. Ze houden er daarom niet altijd succesvolle strategieën op na bij het zoeken naar de juiste spelling, zoals een bepaalde spellingswijze googelen. En het vervelende is dat sommige spelfouten flinke imagodeuken kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan d/t-fouten. Als iemand regelmatig spelfouten maakt, blijken diens lezers daar allerlei conclusies uit te trekken over de schrijver zèlf, bijvoorbeeld dat deze slordig is of onverschillig of, erger nog dom. Kortom: slechte reclame. Maar er is ook goed nieuws. Correct spellen hoeft namelijk helemaal niet zo’n kwelling te zijn als je bereid bent er een aantal uurtjes in te stoppen. En belangrijk, hierbij vooral niet nalaat de theorie te oefenen. Met een paar simpele basisregels, oefenmateriaal en...